Proeftijd: de regels, consequenties en sneaky praktijken

De proeftijdperiode wordt wel ervaren als spannende tijd. Wat is de invloed van deze periode op het gedrag van de werknemer? Wanneer mogen partijen een proeftijd afspreken? Vanaf welk moment begint deze te lopen? Wat zijn de consequenties van een ongeldig proeftijdontslag? Kan de werkgever de kosten van een assessment en opleiding in rekening brengen bij de opzeggende werknemer? En ligt zo’n proeftijdbeding nog wel voor de hand, gelet op de huidige arbeidsmarktkrapte?

Vindplaatsen

Raar verhaal
– HR 27 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1859 (Den Haan/The Box Fashion)

Geldig proeftijdbeding
– Vereisten proeftijd (art. 7:652 BW)

IJzeren proeftijd
– Zie bijv. HR 18 oktober 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0372
– Conversie bij opzeggende werknemer (zie bijv. rb. Utrecht 6 februari 2002, JAR 2002/64)

Proefdraaien
– Kok draait proefdagje (rb. Midden-Nederland 16 oktober 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:5160)
– Legal counsel kijkt al naar stukken (rb. Rotterdam 22 september 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:9039)

Proeftijdontslag 
– Verzoek redenen (art. 7:676 lid 2 BW)
– Ongeldig proeftijdontslag: vernietiging of billijke vergoeding (art. 7:681 lid 1 sub a jo. 7:671 lid 1 sub b BW)
– Vervaltermijn (art. 7:686a lid 4 BW)